Op Internet2 TechEx 2025 stond de wereldwijde ontwikkeling van de netwerkinfrastructuur voor onderzoek en onderwijs (R&E;) hoog op de agenda. In een drukbezochte update gaf Brenna Meade (International Networks, Indiana University) een overzicht van de belangrijkste stappen die wereldwijd worden genomen om de capaciteit, veerkracht en automatisering van federatieve netwerkdiensten te vergroten.
Grote verbeteringen in capaciteit, zoals verbindingen over de oceaan
Meade vertelde over allerlei upgrades die nu gebeuren en gepland zijn voor internationale backbone- en exchange-infrastructuren. Dit omvatte nieuwe transoceanische verbindingen van 400 Gbps, die superbelangrijk zijn voor data-intensief onderzoek en samenwerking tussen continenten. Ze benadrukte ook de activiteiten en voortdurende ontwikkeling van meerdere Global Exchange Points (GXP’s), waaronder FUJI-XP, SOE, GOREX, MANLAN, MOXY, NetherLight en Pacific Wave. Samen vormen deze hubs een belangrijke basis voor hoogwaardige wereldwijde connectiviteit tussen R&E-netwerken.
NSI is klaar om te beginnen met de productie
Een belangrijke mijlpaal die tijdens de sessie werd benadrukt: NSI (Network Service Interface) is nu klaar voor productie. NSI maakt het mogelijk om diensten op een automatische manier en over verschillende netwerkdomeinen heen te leveren. In de praktijk betekent dit dat organisaties en netwerken op een gestandaardiseerde manier end-to-end-diensten kunnen aanvragen, opzetten en beheren over meerdere administratieve grenzen heen.
Voor NREN’s sluit dit goed aan bij de vraag naar schaalbare, federatieve connectiviteit: minder handmatige coördinatie, snellere levering van diensten en meer herbruikbare interfaces en operationele afspraken tussen domeinen. Het bereiken van productiegereedheid is dus een concrete stap naar meer geautomatiseerde en betrouwbare internationale netwerkservice-ecosystemen.
Technologie – en de mensen erachter
Naast het technische programma blijft TechEx een toffe plek om elkaar te ontmoeten. Door even bij te praten tussen de sessies door, ervaringen uit te wisselen over verschillende werkomgevingen en sociale activiteiten zoals de 5 km-loop, worden het vertrouwen en de relaties versterkt die nodig zijn om een sterke infrastructuur op te bouwen en te runnen.
Kortom: TechEx 2025 liet zien hoe wereldwijde R&E-netwerken vooruitgang boeken op het gebied van zowel capaciteit als automatisering, waarbij NSI een belangrijke stap zet in de richting van interoperabele, gefedereerde dienstverlening.
Chicago, september – Tijdens het 6e Global Research Platform (GRP) sloot SURF zich aan bij collega’s van over de hele wereld om vooruitgang te delen, inzichten uit te wisselen en de samenwerking in wereldwijde onderzoeksnetwerken te versterken.
In mijn presentatie heb ik de volgende stappen van SURF belicht:
Updates over SURFnet Infinity en NetherLight
Terabit trials met CERN en tussen Snellius en de LUMI supercomputer in Kajaani
Ontwikkelingen in quantumveilige netwerken en fiber sensing
Een terugkerend thema tijdens GRP was het belang van de gefedereerde aanpak: elke NREN bedient zijn eigen leden, maar samen vormen we een wereldwijde infrastructuur die onderzoek en onderwijs op schaal ondersteunt. Deze balans tussen lokale autonomie en internationale samenwerking is van vitaal belang voor het succes van de gemeenschap.
Veel dank aan Joe Mambretti, Maxine Brown en de GRP gemeenschap voor het stimuleren van een open, collaboratieve omgeving. SURF kijkt ernaar uit om dit werk voort te zetten en de toekomst van internationale onderzoeks- en onderwijsnetwerken mee vorm te geven.
SURF, Nikhef en Ciena hebben met succes meerdere 1 Terabit/s paden over glasvezel getest tussen SURF en Nikhef in Amsterdam en CERN in Genève. De test, met Ciena’s WaveLogic 6 Extreme als krachtbron, toont aan dat technologische innovaties de bandbreedte van bestaande infrastructuur aanzienlijk kunnen vergroten.
Een vergelijkbare ontwikkeling zagen we eerder bij koperverbindingen. Waar aanvankelijk slechts 2,4 kilobit/s mogelijk was via een klassieke telefoonverbinding, brachten verbeterde coderingstechnieken dit naar wel 50 megabits (VDSL) per seconde via diezelfde infrastructuur. Wij zien dezelfde trend bij glasvezeltechnologie.
Voor SURF is deze toename in capaciteit van groot belang. De wetenschappers die SURF ondersteunt kunnen steeds nauwkeuriger te meten, wat leidt tot explosieve groei in de hoeveelheid meetgegevens dat SURF moet transporteren. Een voorbeeld hiervan is de grote deeltjesversneller van CERN die in de komende jaren uitgebouwd gaat worden naar nog grotere precisie (https://home.cern/science/accelerators/high-luminosity-lhc).
SURF en Nikhef beheren samen een zogenaamde Tier-1 site voor opslag en verwerking van deze meetgegevens. Hiervoor is een speciaal glasvezelpad van 1648 kilometer opgezet tussen Genève en Amsterdam. Dit traject zal in de nabije toekomst veel meer data moeten transporteren. Het pad vormt echter een technische uitdaging, onder andere vanwege de lange afstand, levensduur, fibertype, en het aantal kleine deeltrajecten waaruit het traject is opgebouwd.
Vendoren van glasvezelapparatuur komen continu met verbeteringen zoals hun collega’s dat deden voor koperverbindingen. Om te zien wat er mogelijk is met de modernste optische apparatuur doen SURF en Nikhef daarom regelmatig tests met deze leveranciers. In maart 2025 hebben we een test uitgevoerd met Ciena over onze bestaande Amsterdam-Genève verbinding. In deze test waren we in staat om snelheden van meer dan 1 Terabit per seconde te bereiken over dit uitdagende glasvezelpad. Wij bedanken Ciena voor de gelegenheid om deze proeven uit te voeren en hun ondersteuning daarbij. De resultaten geven ons voldoende inzichten om zeker te zijn dat we op technologisch vlak de aankomende LHC-dataexplosie uit Genève kunnen transporteren naar SURF en Nikhef in Amsterdam.
CSC, SURF en Nokia hebben met succes een hogecapaciteits- en quantumveilige glasvezelverbinding getest waarbij een snelheid van meer dan 1,2 terabit per seconde werd gehaald tussen Amsterdam en Kajaani (Finland) – een afstand van ruim 3.500 kilometer. De test laat de mogelijkheden zien van ultrasnelle, grensoverschrijdende connectiviteit voor onderzoeksdata.
Er werden tests uitgevoerd over verschillende routes, waaronder de langste route van 4.700 km via Noorwegen, met een capaciteit van 1 Tbit/s. Om dit in perspectief te plaatsen: 1 Tbit/s is genoeg om 200.000 full HD-films (bij 5 Mbit/s elk) tegelijkertijd te streamen.
Deze resultaten zijn bijzonder veelbelovend nu de onderzoekswereld zich voorbereidt op het online komen van supercomputers en AI-fabrieken – waar betrouwbare, schaalbare en veilige verbindingen cruciaal zullen zijn voor het ondersteunen van enkele van ’s werelds grootste datasets en meest veeleisende werklasten.
De test maakte gebruik van een combinatie van echte onderzoeksgegevens en synthetische gegevens, die rechtstreeks van schijf naar schijf werden overgebracht – van SURF’s faciliteit in Amsterdam naar het datacenter van CSC in Kajaani – via vijf bestaande onderzoeks- en onderwijsnetwerken: SURF (Nederland), NORDUnet (Nordic backbone), Sunet (Zweden), SIKT (Noorwegen) en Funet (het netwerk van CSC in Finland).
De netwerkoplossing was gebaseerd op Nokia’s IP/MPLS-routing en quantumveilige optische netwerktechnologie. Nokia’s IP-technologie demonstreerde met succes Flexible Ethernet (FlexE) om “elephant flows”, of zeer grote, continue datastromen, te verwerken, terwijl de hogecapaciteits optische transporttechnologie in staat bleek enorme datasets van HPC’s over lange afstanden te verplaatsen.
Afstand tussen supercomputercentra geen obstakel
Met de exponentiële groei van onderzoeksdata, vooral voor het trainen van grootschalige AI-modellen, is de behoefte aan veerkrachtige, hoogwaardige en veilige connectiviteit belangrijker dan ooit. Deze test bevestigt dat multi-domein datatransfers met hoge capaciteit via Europese onderzoeksnetwerken zowel haalbaar als toekomstbestendig zijn. Het testen van een operationele netwerkverbinding over lange afstanden biedt unieke inzichten op in het transport en de opslag van grote hoeveelheden data. Zulke testen zijn cruciaal om de infrastructuur voor data-intensief onderzoek te verbeteren.
“We ontwerpen onderzoeksnetwerken met toekomstige behoeften in gedachten,” zegt Jani Myyry, Senior Network Specialist bij CSC. “Het datacenter van CSC in Kajaani huisvest nu al de pan-Europese LUMI-supercomputer, en met de komst van de LUMI-AI-supercomputer en de AI Factory zijn betrouwbare en schaalbare dataverbindingen door heel Europa essentieel. Ondanks de aanzienlijke geografische afstand vormt dit geen belemmering voor dataverkeer.”
Klaar om de volgende stap te zetten in het verbinden van Europese supercomputers
“Als SURF zijn we klaar om de volgende stap te zetten in het op elkaar afstemmen van Europese supercomputers,” zegt Arno Bakker, Senior Network Specialist bij SURF. “Deze inspanningen bieden toekomstperspectieven voor het trainen van gefedereerde LLM als OpenEuroLLM op LUMI en Snellius, of voor een onderzoeker om op LUMI te rekenen met zeer grote datasets die gehost worden bij SURF, zoals de KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) datasets.”
“Deze test was niet mogelijk zonder de ondersteuning van NIKHEF, het Nederlandse nationale instituut voor subatomaire fysica. Hun ervaring in het afhandelen van enorme hoeveelheden natuurkundige meetgegevens en beschikbare hardware zorgt ervoor dat dit soort testen succesvol gedaan kunnen worden. Daarnaast geeft Bakker aan dat we onze Scandinavische partners erg dankbaar zijn voor hun hulp bij het opzetten van deze testverbinding. Dit is opnieuw een voorbeeld van de voortdurende goede samenwerking tussen NREN’s om de best mogelijke internationale infrastructuur voor onderzoek en onderwijs te creëren.”
“Baanbrekende testen zoals deze laten zien hoe geavanceerde netwerken van fundamenteel belang zijn voor het ontsluiten van het volledige potentieel van AI en high-performance computing,” zegt Mikhail Lenko,Customer Solutions Architect voor Nokia. “Deze succesvolle samenwerking met CSC en SURF is een bewijs van de innovatie en het leiderschap van de wetenschappelijke gemeenschap, en van wat er mogelijk is als we samenwerken.”
“Terwijl het netwerk zich voorbereidt op de volgende golf van supercomputers en AI-fabrieken, zijn wij trots dat we de quantumveilige, hogecapaciteits en veerkrachtige IP/MPLS- en optische infrastructuur leveren die deze systemen mogelijk maakt. We kijken ernaar uit om onze steun aan wereldwijde onderzoeks- en onderwijsnetwerken voort te zetten, hen te helpen met vertrouwen op te schalen en de volgende generatie ontdekkingen en innovaties te stimuleren.”
Deze week nam SURF in Manchester deel aan de 54e LHCOPN-LHCONE bijeenkomst, waar wereldwijde experts bijeenkwamen om de evolutie van onderzoeksnetwerken te bespreken. Het was een speciale gelegenheid, want we vierden 20 jaar sinds de eerste LHCOPN bijeenkomst, waarbij we stilstonden bij hoe ver we zijn gekomen in het mogelijk maken van hogesnelheidsgegevensoverdracht van CERN’s Large Hadron Collider (LHC) naar onderzoekers wereldwijd.
SURF organiseert IT-infrastructuur om wetenschap mogelijk te maken – bijvoorbeeld om onderzoekers te helpen de fundamentele natuur van het universum te onderzoeken. Of het nu gaat om LHC-fysici die zoeken naar de bouwstenen van materie of SKA-astronomen die luisteren naar de zwakste signalen uit het vroege heelal, beide velden genereren enorme hoeveelheden gegevens die de grenzen van computers en netwerken opzoeken.
De sessies over de zich ontwikkelende netwerkinfrastructuur van de LHC hebben waardevolle lessen opgeleverd voor de discussie over de ontwikkeling van de datasystemen van het SKA observatorium. Hoewel de schaal en patronen van dataverkeer kunnen verschillen, was het verkennen van synergieën tussen NREN-gebaseerde netwerken voor LHC en SKA bijzonder inzichtelijk.
Natuurlijk is geen bijeenkomst compleet zonder pittige debatten – deze keer over de bredere uitdagingen van het uitbreiden van netwerkmogelijkheden voor grootschalige wetenschappelijke projecten. Het gesprek bracht natuurlijk vragen naar boven over vertrouwen, Acceptable Use Policies (AUP) en de impact op bestaande gemeenschappen. De balans tussen openheid en veiligheid, integratie en specialisatie is een lastige. En zoals de geschiedenis heeft laten zien, komen discussies over gecentraliseerde versus gefedereerde modellen na verloop van tijd weer naar boven – soms verpakt in nieuwe voorstellen, soms in een bekende rode kleur.
Zoals altijd op deze bijeenkomsten vermengden technische discussies zich met bredere vragen over beleid, vertrouwen en bestuur – sommige ontvouwden zich tijdens gestructureerde sessies, andere in die klassieke last-minute deep dives wanneer de tijd drong. Want in onderzoeksnetwerken gaan de grote vragen nooit alleen over technologie.
Dankbaar voor de boeiende discussies, de gedeelde kennis en de mooie openingstocht door het verleden. Genoeg om over na te denken en nog meer om te onderzoeken – laten we de vaart erin houden!
Terug van #APAN59, en wat een fantastische ervaring! Het was een eer om SURF en #NetherLight te vertegenwoordigen en hun impact op internationale onderzoekssamenwerkingen te benadrukken – vooral tussen wetenschappers in Japan en Nederland.
Het was geweldig om collega’s over de hele wereld weer face to face te spreken, nieuwe contacten te leggen en nieuwe inzichten op te doen. Enorme dank aan alle sprekers en moderators voor hun uitstekende werk, inclusief mijn dierbare collega Alexander van den Hil wiens expertise ook als moderator ik zeer bewonder!
En natuurlijk heel veel dank aan iedereen die dit evenement zo waardevol heeft gemaakt, en aan #APAN voor een uitstekende conferentie. Ik kijk uit naar de volgende!
皆さん、本当にありがとうございました! (Minasan, hontō ni arigatō gozaimashita!) Hartelijk dank allemaal!
Wat een leerzame dag in Berlijn! Hartelijk dank aan Stefan Piger en Leonie Schäfer van DFN-Verein voor de boeiende discussies en waardevolle kennisuitwisseling. Het was een genoegen om samen te sparren en samenwerkingsmogelijkheden te verkennen. We kijken ernaar uit om dit gesprek voort te zetten!
Van oudsher is Nederland een belangrijk digitaal knooppunt in Europa. De zeekabels komen in Nederland aan land en maakten van Amsterdam een digitaal knooppunt. Dat had een enorme aantrekkingskracht op partijen die een sterk digitaal netwerk nodig hebben, zoals onderwijs en onderzoek. De koppositie die Nederland al een hele tijd heeft, staat nu onder druk. Hoe komt dat? Waarom is het erg als we die positie verliezen? En wat is er voor nodig om deze belangrijke positie niet te verliezen?
Beluister deze aflevering van SURFsounds met Peter van Burgel, CEO van Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX) en Alexander van der Hil, international policy en strategy advisor bij SURF.
De Nederlandse, Noordse en Canadese onderzoeks- en onderwijsnetwerken upgraden hun trans-Atlantische verbinding naar 400 Gigabit per seconde (Gbps) als onderdeel van het Advanced North Atlantic (ANA)-consortium.
De onderzoeks- en onderwijsnetwerkorganisaties van Nederland, de Noordse landen en Canada hebben een overeenkomst ondertekend om de bestaande verbinding tussen Amsterdam en Montréal te upgraden van 100 Gbps naar 400 Gbps, waarmee deze verbinding tot de krachtigste intercontinentale connecties ter wereld behoort.
De verbinding Amsterdam-Montréal werd vijf jaar geleden opgezet door SURF, het nationale onderzoeks- en onderwijsnetwerk (NREN) van Nederland, in samenwerking met NORDUnet, het regionale NREN van de vijf Noordse landen. Met de nieuwe overeenkomst sluit CANARIE – de federale partner in Canada’s NREN – zich aan, waarbij de drie partners evenveel bijdragen.
Het Advanced North Atlantic (ANA)-consortium is een gezamenlijke inspanning van negen onderzoeks- en onderwijsnetwerkorganisaties in Noord-Amerika, Europa en Azië, die zich inzetten voor het onderhouden, beheren en delen van een hogesnelheidsnetwerkinfrastructuur over de Atlantische Oceaan.
Partners dragen bij De kracht van het ANA-consortium ligt in de bijdrage die elke partner levert aan het systeem, en deze deelt met de ANA-leden om een betere infrastructuur voor iedereen te bereiken. Aangezien alle leden organisaties zijn die bestaan om infrastructuur te bouwen en beheren voor de behoeften van onderzoek en onderwijs, is de bereidheid om bij te dragen groot.
“Deze upgrade is een logische reactie op de toenemende vraag naar uitwisseling van onderzoeks- en onderwijzendata en -diensten over de Atlantische Oceaan, bijvoorbeeld onderzoek dat mogelijk wordt gemaakt door de Large Hadron Collider (LHC) en de Square Kilometer Array (SKA). Het ANA-consortium is een uitstekend voorbeeld van de impact van partnerschappen op het collectieve goed. Deze samenwerking stelt onze drie nationale onderzoeks- en onderwijsnetwerken in staat om samen meer te bereiken dan we alleen kunnen, en maximaliseert de impact van onze individuele investeringen – zowel op onderzoekers in onze eigen landen als op de wereldwijde wetenschappelijke initiatieven waarin zij samenwerken,” zegt Mark Wolff, Chief Technology Officer, CANARIE.
“De partners dragen bij wanneer en waar ze kunnen, maar altijd met oog voor de capaciteit en redundantie van het gehele systeem. Dit is een van de voordelen van het onderzoeks- en onderwijsnetwerkcommunity. Samenwerking verloopt soepel en op basis van vertrouwen,” zegt Lars Lange Bjørn, Team Lead, Network & Service Technology, NORDUnet.
Een verbinding met Canada ANA begon iets meer dan tien jaar geleden als een pilotproject, gericht op het peilen van de interesse in een 100 Gbps-verbinding voor onderzoek en onderwijs over de Noord-Atlantische Oceaan. In 2013 werd de eerste verbinding tot stand gebracht.
Momenteel worden 13 verbindingen over de Atlantische Oceaan beheerd als een verenigd systeem door de ANA-partners.
“Opmerkelijk is dat de andere 12 verbindingen allemaal in de VS eindigen. Onze verbinding is de enige die in Canada eindigt, en dit is essentieel voor voldoende fail-over capaciteit en redundantie in het systeem,” zegt Harold Teunissen, Directeur Netwerk en Campus bij SURF.
De 400 Gbps-upgrade van de verbinding Amsterdam-Montréal zal naar verwachting in september 2025 voltooid zijn.
De Advanced North Atlantic (ANA)-leden zijn: KISTI, SURF, NORDUnet, NII, Indiana University, ESnet, Internet2, CANARIE, GÉANT.
Over NORDUnet NORDUnet is een samenwerking tussen de nationale onderzoeks- en onderwijsnetwerken (NRENs) van de vijf Noordse landen: Denemarken (DeiC), Finland (Funet/CSC), IJsland (RHnet), Noorwegen (Sikt) en Zweden (Sunet). NORDUnet beheert een datanetwerk van wereldklasse, gebaseerd op dark fiber en spectrumdeling, samen met ondersteuning voor e-infrastructuren, inclusief mediaservices zoals videoconferencing en het opnemen en afspelen van colleges. Meer dan 400 onderzoeks- en onderwijsinstellingen in de Noordse landen, met meer dan 1,2 miljoen gebruikers, zijn verbonden via de Nordic NREN-netwerken, waardoor wetenschappers, docenten en studenten wereldwijd kunnen samenwerken en kennis delen. NORDUnet neemt actief deel aan de Europese NREN-samenwerking GÉANT en is medeoprichter van intercontinentale NREN-samenwerkingen zoals de Advanced North Atlantic (ANA) en Asia Pacific Europe Ring (AER)-systemen, die deel uitmaken van het Global Research and Education Network (GREN). In 2020 vierde NORDUnet 40 jaar samenwerking tussen de Noordse NREN’s.
Over SURF SURF is de ICT-coöperatie van Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen. De leden, die ook eigenaar zijn van SURF, bundelen hun krachten om de best mogelijke digitale diensten te ontwikkelen of in te kopen, samen te werken aan complexe innovatievraagstukken en kennis met elkaar te ontwikkelen en te delen.
SURF werkt actief samen met andere Europese NRENs, verenigd in GÉANT, en neemt deel aan wereldwijde consortia zoals de Advanced North Atlantic (ANA) en Asia Pacific Europe Ring (AER).
NetherLight, SURF’s Global Exchange Point (GXP) in Amsterdam, gewijd aan onderzoeks- en onderwijsdata, verbindt vergelijkbare GXPs en geavanceerde hogesnelheidsnetwerken voor wetenschappelijke en educatieve samenwerking. Het NetherLight GXP speelt een belangrijke en vitale rol in de federatie van onderzoeks- en onderwijsnetwerken wereldwijd, ook wel bekend als het Global Research and Education Network (GREN).
Over CANARIE CANARIE vormt samen met zijn 13 provinciale en territoriale partners Canada’s nationale onderzoeks- en onderwijsnetwerk (NREN). Dit ultra-hogesnelheidsnetwerk verbindt Canadese onderzoekers en docenten met elkaar en met wereldwijde data, technologie en collega’s.
Om de beveiliging van Canada’s onderzoeks- en onderwijssector te versterken, werkt CANARIE samen met partners binnen het NREN, de overheid, de academische wereld en de particuliere sector aan het financieren, implementeren en ondersteunen van cybersecurity-initiatieven. CANARIE biedt ook identity management-diensten aan de academische gemeenschap via eduroam en diensten voor identity en access management.
Opgericht in 1993, is CANARIE een non-profitorganisatie die grotendeels wordt gefinancierd door de Canadese overheid.
Tijdens het evenement SuperComputing 2024 (SC24) in Atlanta leidde het Japanse National Institute of Information and Communications Technology(NICT) een ambitieus experiment met behulp van een experimenteel netwerk op wereldschaal. Dit netwerk, dat tot stand kwam door samenwerking met 19 internationale partners, verbond Tokio en Atlanta met 10 snelle 100 Gbps paden, waarmee een totale capaciteit van 800 Gbps werd bereikt. Het project liet baanbrekende demonstraties zien van gegevensoverdracht met hoge snelheid, anonieme communicatie en innovatief gegevensbeheer.
Een opmerkelijk hoogtepunt was een experiment met gegevensoverdracht dat 466 Gbps bereikte, en een bekroonde anonieme communicatiedemonstratie door de Universiteit van Osaka bereikte 588 Gbps terwijl de privacy gewaarborgd bleef.
NetherLight, het Global Exchange Point (GXP) van SURF, speelde een cruciale rol bij het faciliteren van deze complexe experimenten. Andere belangrijke bijdragers waren onderzoeks- en onderwijsnetwerken en GXP’s van over de hele wereld, die de collectieve inspanning lieten zien die nodig is om een dergelijke innovatie tot stand te brengen.
Dit NICT-experiment op SC24 benadrukt het belang van internationale samenwerking en partnerschappen in wereldwijde onderzoeks- en onderwijsnetwerken. Door samen te werken in dit soort experimenten kunnen we gezamenlijk het potentieel laten zien en beoordelen voor transformatieve technologieën in gegevensverwerking en communicatie, die essentieel zijn voor toekomstige wetenschappelijke vooruitgang.
Voor meer details, afbeeldingen en grafieken, en informatie over de partijen die aan dit experiment hebben bijgedragen, kun je hier het volledige persbericht van het NICT lezen.